ECLI:NL:RVS:2002:AF2087
Raad van State
- Hoger beroep
- E.M.H. Hirsch Ballin
- S.W. Schortinghuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding na definitieve toevoeging rechtsbijstand
Appellant diende een aanvraag in voor toevoeging rechtsbijstand die aanvankelijk op 17 april 2000 werd afgewezen door het bureau rechtsbijstandvoorziening. De raad voor rechtsbijstand verklaarde het beroep hiertegen ongegrond en ook de rechtbank bevestigde dit op 22 april 2002. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
Op 11 juli 2002 verleende de raad alsnog een definitieve toevoeging met terugwerkende kracht tot 17 april 2000. Appellant had echter al op 25 april 2000 een rekening van zijn rechtsbijstandverlener voldaan en verzocht na de definitieve toevoeging om terugbetaling van het betaalde bedrag minus eigen bijdrage.
Hoewel appellant belang behield bij zijn hoger beroep voor schadevergoeding, oordeelde de Raad van State dat de resterende vordering voor wettelijke rente niet voortvloeit uit besluiten van de raad maar uit een civielrechtelijk geschil tussen appellant en zijn rechtsbijstandverlener. Daarom werd het verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 8:73 Awb Pro afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens wettelijke rente wordt afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.