ECLI:NL:RVS:2002:AF2116
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- H.G. Lubberdink
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Weigering tijdelijke vrijstelling bestemmingsplan voor bedrijfsuitbreiding te Houten
Burgemeester en wethouders van Houten weigerden op 17 februari 2000 tijdelijke vrijstelling te verlenen van het bestemmingsplan voor de uitbreiding van een bedrijfsruimte aan de Lange Schaft. Dit besluit werd bevestigd na bezwaar op 5 december 2000. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van CMC Holland B.V. gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar, maar de Raad van State stelde het hoger beroep van burgemeester en wethouders in het gelijk.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de weigering van de tijdelijke vrijstelling op redelijke gronden was gebaseerd. De vrees voor een ongewenste doorkruising van de toekomstvisie voor het bedrijventerrein De Schaft, met name de aanleg van een fietsroute, en de vrees voor overschrijding van geluidsnormen die de woningbouw in de aangrenzende Vinex-woonwijk Leebrug zou belemmeren, waren gerechtvaardigd. Hoewel de toekomstvisie nog niet definitief was, kon niet worden uitgesloten dat de uitbreiding een belemmering zou vormen.
Het akoestisch rapport van DGMR uit 1999 ondersteunde de vrees voor geluidsoverschrijding, waarbij een geluidswal noodzakelijk bleek. De Raad van State vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van CMC ongegrond, waarmee de weigering tot tijdelijke vrijstelling in stand bleef.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond en bevestigt de weigering van de tijdelijke vrijstelling voor de bedrijfsuitbreiding.