ECLI:NL:RVS:2002:AF2119

Raad van State

Datum uitspraak
18 december 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200202586/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 Wet op de Ruimtelijke Ordening
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen voorbereidingsbesluit bestemmingsplan Slagharen niet-ontvankelijk verklaard wegens verval besluit

De gemeenteraad van Hardenberg had een voorbereidingsbesluit genomen voor een bestemmingsplan betreffende een rondweg en uitbreidingslocatie in Slagharen. Appellanten sub 1 maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door de raad ongegrond werd verklaard. De rechtbank Zwolle verklaarde het beroep van appellanten sub 1 ongegrond. Zowel appellanten sub 1 als sub 2 stelden hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.

Tijdens de behandeling stelde appellanten sub 2 dat appellanten sub 1 geen procesbelang meer hadden omdat het voorbereidingsbesluit was vervallen doordat het ontwerp van het plan niet binnen één jaar ter inzage was gelegd. De Raad van State oordeelde dat dit juist was en dat het voorbereidingsbesluit inderdaad was vervallen. Hierdoor ontbrak het procesbelang van appellanten sub 1, wat leidde tot niet-ontvankelijkheid van hun beroep.

De Raad van State verklaarde het hoger beroep van appellanten sub 2 gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van appellanten sub 1 niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep van appellanten sub 1 wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het vervallen van het voorbereidingsbesluit.

Uitspraak

200202586/1.
Datum uitspraak: 18 december 2002
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
1. [appellanten sub 1], allen wonend te [woonplaats],
2. burgemeester en wethouders van Hardenberg,
tegen de uitspraak van de rechtbank te Zwolle van 2 april 2002 in het geding tussen:
appellanten sub 1
en
de raad van de gemeente Hardenberg.
1. Procesverloop
Bij besluit van 27 september 2000 heeft de raad van de gemeente Hardenberg (hierna: de raad) verklaard dat een bestemmingsplan wordt voorbereid (voorbereidingsbesluit) voor het op tekeningnummer 20-00015-01 aangegeven gebied (rondweg en uitbreidingslocatie woningbouw en bedrijvigheid Slagharen).
Bij besluit van 31 mei 2001 heeft de raad het daartegen door appellanten sub 1 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit en het advies van de Commissie Bezwaarschriften van 15 februari 2001, waarnaar in het besluit wordt verwezen, zijn aangehecht.
Bij uitspraak van 2 april 2002, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank te Zwolle (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellanten sub 1 ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak hebben appellanten sub 1 bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 13 mei 2002, en appellanten sub 2 bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 15 mei 2002, hoger beroep ingesteld. Appellanten sub 2 hebben hun hoger beroep aangevuld bij brief van 30 mei 2002. Deze brieven zijn aangehecht.
Bij brief van 28 juni 2002 hebben appellanten sub 2 van antwoord gediend. Bij brief van 8 juli 2002 hebben appellanten sub 1 van antwoord gediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 november 2002, waar appellanten sub 1, vertegenwoordigd door [gemachtigde], juridisch adviseur te Groningen, en appellanten sub 2, vertegenwoordigd door H. Jipping, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Ter zitting in hoger beroep is komen vast te staan dat burgemeester en wethouders bevoegd waren om hoger beroep in te stellen.
2.2. Ingevolge artikel 21, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, voorzover hier van belang, kan de gemeenteraad verklaren, dat een bestemmingsplan wordt voorbereid (voorbereidingsbesluit).
Ingevolge het vierde lid van dit artikel vervalt een besluit als in het eerste lid bedoeld, indien niet binnen één jaar na de datum van inwerkingtreding daarvan het ontwerp van het plan ter inzage is gelegd.
2.3. Appellanten sub 2 hebben aangevoerd dat de rechtbank heeft miskend dat appellanten sub 1 geen processueel belang meer hebben bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het onderhavige besluit nu dit besluit per 12 oktober 2001 is vervallen.
2.4. Dit betoog treft doel. In dit geval is niet binnen één jaar na de datum van inwerkingtreding van het voorbereidingsbesluit het ontwerp van het plan ter inzage gelegd. Hieruit volgt dat dit voorbereidingsbesluit is vervallen. Bovendien is op basis van dit voorbereidingsbesluit geen vrijstelling en bouwvergunning verleend. De Afdeling heeft, onder meer in haar uitspraak van 22 juli 1994 inzake nos. R03.92.3247 en R03.92.3291 (aangehecht), geoordeeld dat in een dergelijk geval appellant niet-ontvankelijk dient te worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. De Afdeling ziet geen aanleiding daarover thans anders te oordelen.
2.5. Het hoger beroep van appellanten sub 2 is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van appellanten sub 1 bij de rechtbank alsnog niet-ontvankelijk verklaren. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep van appellanten sub 1 ongegrond is.
2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. verklaart het hoger beroep van appelanten sub 2 gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank te Zwolle van 2 april 2002, in zaak no. Awb 01/956;
III. verklaart het inleidende beroep van appellanten sub 1 niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. J.A.E. van der Does, Voorzitter, en mr. B.J. van Ettekoven en mr. D.A.C. Slump, Leden, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, ambtenaar van Staat.
w.g. Van der Does w.g. Zwemstra
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 18 december 2002
91-395.