ECLI:NL:RVS:2002:AF2447
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- M.E.E. Wolff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand voor voortzetting zelfstandig bedrijf
Appellant, eigenaar van een fotostudio, verzocht om een toevoeging rechtsbijstand voor een procedure die volgens hem essentieel was voor de voortzetting van zijn bedrijf. De raad voor rechtsbijstand wees dit verzoek af, waarna de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 12, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wet op de rechtsbijstand, rechtsbijstand niet wordt verleend indien het belang betrekking heeft op de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf, tenzij het voortbestaan daarvan afhangt van het resultaat van de procedure. De rechtbank had vastgesteld dat het belang van de gevraagde toevoeging, een financieel belang van circa ƒ 3000 tot ƒ 4000, onvoldoende was om de voortzetting van het bedrijf te garanderen.
De Raad bevestigde dat het niet voldoende is dat een enkele procedure mogelijk bijdraagt aan de voortzetting; het moet de enige procedure zijn waarvan het voortbestaan afhangt. De memorie van antwoord benadrukt terughoudendheid bij het toekennen van toevoegingen voor bedrijfsvoering. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om toevoeging rechtsbijstand bevestigd.