ECLI:NL:RVS:2002:AF2448
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Konijnenbelt
- P.A. de Vink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens ontbreken klaarblijkelijk gevaar bij dierenhouderij
Burgemeester en wethouders van Hardenberg legden appellant een last onder dwangsom op wegens het houden van meer dieren in een landbouwschuur dan het als hobbymatig toegestane aantal, in strijd met artikel 8.1 van de Wet milieubeheer. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat hoewel sprake is van een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer wanneer meer dan het toegestane aantal dieren wordt gehouden, niet is gebleken van een klaarblijkelijk gevaar van een op zeer korte termijn te verwachten overtreding. De motivering van verweerders dat door kalveren het aantal dieren kan toenemen, was onvoldoende concreet en onzeker.
Daarom was het opleggen van de last onder dwangsom onrechtmatig en werd het besluit vernietigd. Tevens werd het daarop volgende besluit tot afwijzing van bezwaar herroepen. De gemeente werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de last onder dwangsom wordt vernietigd wegens het ontbreken van een klaarblijkelijk gevaar van overtreding.