ECLI:NL:RVS:2002:AF2473
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.H. Lauwaars
- J.R. Schaafsma
- J.J.C. Voorhoeve
- Rechtspraak.nl
Vernietiging goedkeuring bestemmingsplan windmolenpark Oudendijk wegens onvoldoende motivering
De gemeenteraad van Wester-Koggenland stelde op 12 oktober 2000 het bestemmingsplan 'Windmolenparken Wester-Koggenland' vast, met een plandeel voor windenergie-installaties bij Oudendijk. Gedeputeerde staten van Noord-Holland keurden dit plan op 1 mei 2001 goed. Appellanten maakten bezwaar tegen dit deel van het plan vanwege onder meer aantasting van uitzicht, geluidsoverlast, negatieve effecten op landschap en vogelwaarden, en overschrijding van de maximale hoogte volgens het streekplan.
De Raad van State oordeelde dat verweerders onvoldoende gemotiveerd hebben gereageerd op de ingebrachte bedenkingen. Zo ontbrak een reactie op geluidsoverlast, landschappelijke en vogelwaarden, terwijl het deskundigenbericht belangrijke vogelgebieden nabij het plangebied vermeldde en het Markermeer als speciale beschermingszone geldt. Ook was onduidelijk of de afwijking van de maximale hoogte van 60 naar 85 meter conform het streekplan en de provinciale nota tot stand was gekomen.
Gezien deze tekortkomingen ontbeert het besluit een deugdelijke motivering en is de goedkeuring van het plandeel met de bestemming 'Agrarische doeleinden, tevens windmolenpark' bij Oudendijk vernietigd. Daarnaast is verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellante sub 3. De overige bezwaren zijn vanwege het vernietigingsoordeel niet inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: Het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan voor het windmolenpark bij Oudendijk is vernietigd wegens onvoldoende motivering.