ECLI:NL:RVS:2002:AF2488
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J. Boukema
- S.W. Schortinghuis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering huursubsidie na inkomenswijziging in hoger beroep
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening en terugvordering van huursubsidie over het tijdvak 1 juli 1996 tot 1 juli 1997 door de Staatssecretaris, op grond van een inkomenswijziging van ten minste 15% ten opzichte van het voorgaande jaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de bevoegdheid tot herziening en terugvordering voortvloeit uit artikel 10, vijfde lid, van de Wet individuele huursubsidies (Wihs) en dat deze bevoegdheid ook geldt voor subsidietijdvakken die onder de werking van de Wihs vallen, ondanks de latere inwerkingtreding van de Huursubsidiewet (HSW). De overgangsbepalingen van de HSW laten de toepassing van de Wihs-regels voor deze tijdvakken onverlet.
Het betoog van appellant dat de uitvoering van de 15%-regeling leidt tot hoge uitvoeringskosten en nadelen, zoals vermeld in een brief van de Staatssecretaris aan de Tweede Kamer, werd verworpen. Ook de hardheidsclausule uit artikel 24 van Pro de Wihs bood geen grond voor afwijking, aangezien geen van de limitatief opgesomde uitzonderingen van toepassing was en appellant geen betalingsproblemen had aangetoond.
De Raad van State concludeerde dat het oordeel van de rechtbank juist en voldoende gemotiveerd was en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarmee de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de terugvordering van huursubsidie bevestigd.