ECLI:NL:RVS:2002:AF2493
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- J. de Koning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving dwangsom wegens onwettig innemen ligplaats met vaartuig
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van burgemeester en wethouders van Skarsterlân waarin hij werd gelast zijn vaartuig binnen zes weken van een ligplaats te verwijderen, onder dreiging van een dwangsom. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het verbod op het innemen van ligplaatsen, zoals vastgelegd in de Ligplaatsenverordening, niet van toepassing is op vaartuigen die worden gebruikt voor de uitoefening van een bedrijf, mits deze ligplaatsen daarvoor bestemd zijn. Appellant kon echter niet aannemelijk maken dat zijn vaartuig voor bedrijfsdoeleinden werd gebruikt of dat hij een daarvoor bestemde ligplaats had gekozen.
Verder oordeelde de Raad dat de brief van 20 juni 2000 een geldige aanschrijving van een last onder dwangsom was en dat er geen sprake was van een gerechtvaardigd vertrouwen dat handhaving zou uitblijven. Ook was er geen sprake van een bijzonder geval dat handhavend optreden zou uitsluiten. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.