ECLI:NL:RVS:2002:AF2498

Raad van State

Datum uitspraak
24 december 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200202099/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.A.E. van der Does
  • J.A.M. van Angeren
  • E.A. Alkema
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19 WROArt. 44 lid 1 WROArt. 49 WRO
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging uitspraak rechtbank inzake schadevergoeding en bestemmingsplanvrijstelling gemeente Woensdrecht

De zaak betreft een hoger beroep van de gemeente Woensdrecht tegen een uitspraak van de rechtbank Breda die het beroep van een verzoeker gegrond verklaarde tegen een besluit van de gemeente over schadevergoeding op grond van artikel 49 WRO Pro.

De gemeente had aan verzoeker een schadevergoeding toegekend wegens vrijstelling van het bestemmingsplan voor de aanleg van een ontsluitingsweg met een geluidswal bij een steenfabriek. De gronden waarop de geluidswal is aangelegd hadden de bestemming natuurgebied en waren niet verenigbaar met de aanleg van de geluidswal, waardoor een vrijstelling noodzakelijk was.

De rechtbank had de beslissing op bezwaar van de gemeente vernietigd, maar de Raad van State bevestigt deze uitspraak met verbeterde gronden. De Raad oordeelt dat de vrijstelling en de schadevergoeding terecht zijn toegekend en veroordeelt de gemeente tot betaling van proceskosten aan verzoeker.

De uitspraak is gedaan in het openbaar op 24 december 2002 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij de gemeente Woensdrecht in het ongelijk werd gesteld en tot betaling van proceskosten werd veroordeeld.

Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de gemeente Woensdrecht tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

200202099/1.
Datum uitspraak: 24 december 2002
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
de raad van de gemeente Woensdrecht,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank te Breda van 26 februari 2002 in het geding tussen:
[verzoeker], wonend te [woonplaats]
en
appellant.
1. Procesverloop
Bij besluit van 27 januari 2000 heeft appellant (hierna: de raad) aan [partij] naar aanleiding van diens verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 49 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: de WRO) een bedrag toegekend van ƒ 12.500,00/€ 5.672,25, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 september 1998.
Bij besluit van 25 januari 2001 heeft de raad het daartegen door [partij] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit en het advies van de commissie van advies voor de bezwaar- en beroepschriften van 9 augustus 2000, waarnaar in het besluit wordt verwezen, zijn aangehecht.
Bij uitspraak van 26 februari 2002, verzonden op 6 maart 2002, heeft de rechtbank te Breda (hierna: de rechtbank) het daartegen door [partij] ingestelde beroep gegrond verklaard en de beslissing op bezwaar vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft de raad bij brief van 9 april 2002, bij de Raad van State ingekomen op 12 april 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.
Bij brief van 7 mei 2002 heeft [partij] een memorie ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 november 2002, waar de raad, vertegenwoordigd door H.J.M. Marcus, ambtenaar der gemeente, en [partij], bijgestaan door mr. H.A.M. Lamers, gemachtigde, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het verzoek van [partij] houdt verband met de door burgemeester en wethouders van de voormalige gemeente Ossendrecht bij besluit van 26 maart 1996 met toepassing van artikel 19 van Pro de WRO verleende vrijstelling van het ter plaatste vigerende bestemmingsplan "Buitengebied (Ossendrecht)", teneinde ten behoeve van steenfabriek "Boudewijn" de aanleg van een aan zijn perceel grenzende ontsluitingsweg met geluidwerende voorziening mogelijk te maken.
2.2. De gronden waarop de geluidswal is gerealiseerd, hebben de bestemming "Natuurgebied" of "Natuurgebied/militair oefenterrein" en zijn bedoeld voor het behoud en/of herstel van de natuur- en cultuurwaarden, extensieve recreatie en militair oefenterrein. Het aanbrengen van een geluidswal met een hoogte van 4,5 meter en een totale breedte van 9 meter, is met deze bestemming niet verenigbaar, zodat daarvoor - gelet op het bepaalde in artikel 44, eerste lid, van de WRO geen aanlegvergunning had kunnen worden verleend. De bij besluit van 26 maart 1996 verleende vrijstelling was derhalve tevens nodig om voor wat betreft de aanleg van de geluidswal de strijdigheid met het bestemmingsplan op te heffen. De rechtbank is, zij het op andere gronden, tot hetzelfde oordeel gekomen.
2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient, met verbetering van gronden, te worden bevestigd.
2.4. De raad dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. veroordeelt de raad van de gemeente Woensdrecht in de door [partij] in verband met de behandeling van het hoger beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 644,00, welk bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de gemeente Woensdrecht aan [partij] te worden betaald.
Aldus vastgesteld door mr. J.A.E. van der Does, Voorzitter, en mr. J.A.M. van Angeren en mr. E.A. Alkema, Leden, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, ambtenaar van Staat.
w.g. Van der Does w.g. Van Loon
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 24 december 2002
284-364.