ECLI:NL:RVS:2002:AF2509
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J. Boukema
- S.W. Schortinghuis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing subsidieaanvraag beeldende kunsten na toetsing motivering advies werkgroep
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn subsidieaanvraag door de Stichting Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de motivering van het advies van de werkgroep die ten grondslag lag aan de afwijzing. Appellant stelde dat onduidelijk was of de beoordeling alleen het werk van de afgelopen drie jaar betrof of ook ouder werk, en dat er sprake was van innerlijke tegenstrijdigheden in het advies. Daarnaast werd aangevoerd dat de wisseling van samenstelling van de werkgroep en het ontbreken van een nieuw atelierbezoek tot een onzorgvuldige besluitvorming hadden geleid.
De Raad van State oordeelde dat de onduidelijkheid in de motivering was opgeheven in de beslissing op bezwaar, dat de werkgroep zowel het oudere als het recentere werk had meegewogen, en dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat er geen sprake was van tegenstrijdigheden of onzorgvuldigheden. Ook werd bevestigd dat aan het advies slechts beperkte motiveringseisen kunnen worden gesteld gezien de subjectieve aard van de beoordeling.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.