ECLI:NL:RVS:2002:AF2521
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C.K.W. Bartel
- M. Oosting
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging goedkeuring uitwerkingsplan Prinsenland wegens onvoldoende motivering uitbreidingsmogelijkheden woningen
Het geschil betreft het besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland tot goedkeuring van het uitwerkingsplan “Partiële zesde uitwerking wonen en gemengde doeleinden van het bestemmingsplan Prinsenland”. Diverse appellanten hebben beroep ingesteld tegen dit besluit omdat het plan onvoldoende uitbreidingsmogelijkheden voor hun woningen biedt, zoals extra bouwlagen en aanbouwen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de beroepen inhoudelijk behandeld. Voor sommige appellanten is vastgesteld dat verweerders onvoldoende ruimtelijke motivering hebben gegeven voor het weigeren van uitbreidingen, met name voor het verhogen van het aantal bouwlagen en het wijzigen van bestemmingen aan de achterzijde van woningen. Voor andere appellanten is geoordeeld dat de weigering ruimtelijk verantwoord is en binnen de beoordelingsmarge van verweerders valt.
De Afdeling vernietigt het besluit voor zover het de aanduidingen op de plankaart en de bestemmingen “Erven” betreft die onvoldoende zijn gemotiveerd. Tevens veroordeelt zij gedeputeerde staten tot vergoeding van proceskosten aan enkele appellanten. De overige beroepen worden ongegrond verklaard en het besluit wordt in die onderdelen bevestigd.
Uitkomst: Het besluit tot goedkeuring van het uitwerkingsplan wordt gedeeltelijk vernietigd wegens onvoldoende motivering van beperkingen op uitbreidingsmogelijkheden van woningen.