ECLI:NL:RVS:2002:AF2522
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.E.C.M. van Roosmalen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit en bevoegdheid tot handhaving illegale bewoning inpandige garage
Appellanten hebben bij burgemeester en wethouders van Westvoorne een verzoek ingediend om het gebruik van een perceel te controleren en bestuursdwang toe te passen tegen het gebruik van een inpandige garage als woonruimte. Burgemeester en wethouders wezen dit verzoek af, waarop appellanten bezwaar maakten en vervolgens beroep instelden bij de rechtbank Rotterdam. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat de inpandige garage door een zonder vergunning aangebrachte deur geschikt is gemaakt voor bewoning, waardoor sprake is van een uitbreiding van de woning. Volgens het bestemmingsplan en de Nota Erfbebouwing is bewoning van een bijgebouw niet toegestaan, mede omdat niet wordt voldaan aan de afstandseis tot de achtererfafscheiding. Hierdoor kan geen bouwvergunning worden verleend voor deze verbouwing.
De Afdeling oordeelt dat burgemeester en wethouders ten onrechte het verzoek tot handhaving hebben afgewezen en dat zij wel bevoegd waren om handhavend op te treden tegen het illegale gebruik. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 22 februari 2000 vernietigd en burgemeester en wethouders opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van burgemeester en wethouders wordt vernietigd met de opdracht tot een nieuwe beslissing.