ECLI:NL:RVS:2002:AF2523
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.E.C.M. van Roosmalen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onjuiste beoordeling intensivering gebruik slagerij
Appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van burgemeester en wethouders van Alphen-Chaam om niet handhavend op te treden tegen de slagerij van een vergunninghouder. De rechtbank Breda verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit op bezwaar, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het bestreden besluit.
Appellanten gingen in hoger beroep bij de Raad van State. De kern van het geschil betrof de vraag of het gebruik van de slagerij een intensivering van het bestaande, met het bestemmingsplan strijdige gebruik was. Burgemeester en wethouders hadden dit beoordeeld aan de hand van het aantal grootvee-eenheden, maar de Afdeling oordeelde dat dit geen juiste maatstaf was.
De Afdeling stelde dat de beoordeling moet plaatsvinden op basis van de ruimtelijke uitstraling van het gebruik, waarbij het aantal werkelijk geslachte dieren leidend is. Omdat burgemeester en wethouders dit niet juist hadden gedaan, werd de beslissing op bezwaar als onvoldoende gemotiveerd en onzorgvuldig beoordeeld. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en burgemeester en wethouders werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Daarnaast werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellanten, bestaande uit kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en burgemeester en wethouders opgedragen een nieuw besluit te nemen.