ECLI:NL:RVS:2002:AF2524
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- R.H. Lauwaars
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling evenredigheid VBS-tarief en niet-ontvankelijkheid agent in bezwaarprocedure
De zaak betreft het hoger beroep van een agent en de door hem vertegenwoordigde rederijen tegen een besluit van de Inspecteur van de Belastingdienst Douane over het verkeersbegeleidingsstarief (VBS) voor scheepvaartverkeer. De rechtbank had het bezwaar van de agent niet-ontvankelijk verklaard, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt deze uitspraak en verklaart het beroep van de agent alsnog niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een direct belang.
De Afdeling beoordeelt vervolgens het beroep van de door de agent vertegenwoordigde rederijen inhoudelijk. Na een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen over de verenigbaarheid van het VBS-tarief met het vrije dienstenverkeer, oordeelt het Hof dat het VBS-tarief, mits evenredig en gerelateerd aan de kosten van de dienst voor zeeschepen langer dan 41 meter, niet in strijd is met het EG-Verdrag.
De Raad van State bevestigt dat het VBS-tarief aan deze evenredigheidseis voldoet en verwerpt het beroep van de door de agent vertegenwoordigde rederijen. De Afdeling verklaart het hoger beroep van de agent niet-ontvankelijk en het beroep van de vertegenwoordigde rederijen ongegrond, en vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de agent wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van de vertegenwoordigde rederijen ongegrond; het VBS-tarief voldoet aan de evenredigheidseis.