ECLI:NL:RVS:2002:AF2526
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- R.H. Lauwaars
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling evenredigheid en rechtmatigheid van het verkeersbegeleidingstarief VBS
De zaak betreft het hoger beroep tegen uitspraken van de rechtbank Rotterdam inzake het verkeersbegeleidingstarief (VBS) voor scheepvaartverkeer. De agenten ontvingen facturen voor dit tarief, maar werden door de rechtbank niet als belanghebbenden erkend en hun bezwaren niet-ontvankelijk verklaard. De Inspecteur stelde beroep in tegen deze uitspraken.
De Raad van State heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen om prejudiciële beslissingen gevraagd over de verenigbaarheid van het VBS met het vrije dienstenverkeer binnen de EU. Het Hof oordeelde dat het systeem, mits er een daadwerkelijk verband bestaat tussen de kosten en het tarief, niet in strijd is met het EG-Verdrag.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft vervolgens beoordeeld of het VBS-tarief voldoet aan de evenredigheidseis, waarbij zij concludeerde dat geen aanwijzingen zijn dat het tarief kosten bevat die aan andere scheepvaartcategorieën dan de zeescheepvaart zijn toegerekend. De agenten werden niet als belanghebbenden erkend omdat zij geen eigen materieel belang hadden bij de facturen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de Inspecteur gegrond en dat van de agenten niet-ontvankelijk, vernietigde de eerdere uitspraken voor zover de beroepen van de door de agenten vertegenwoordigden gegrond waren verklaard, en bevestigde de overige uitspraken.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur is gegrond verklaard en dat van de agenten niet-ontvankelijk; de eerdere uitspraken zijn vernietigd voor zover de beroepen van de vertegenwoordigde partijen gegrond waren.