ECLI:NL:RVS:2002:AF2528
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- R.H. Lauwaars
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling evenredigheid verkeersbegeleidingstarief VBS en vrije dienstenverkeer
De Inspecteur van de Belastingdienst Douane legde Sea-Land Service Inc. verkeersbegeleidingstarieven op voor scheepvaartverkeer in de periode oktober 1995 tot januari 1996. Sea-Land stelde bezwaar in tegen deze tarieven, dat door de rechtbank Rotterdam werd toegewezen. De Inspecteur en Sea-Land gingen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen over de verenigbaarheid van het VBS-tarief met het vrije dienstenverkeer.
Het Hof van Justitie oordeelde dat het VBS-tarief, dat alleen zeeschepen langer dan 41 meter verplicht tot betaling, niet in strijd is met het vrije dienstenverkeer mits er een daadwerkelijk verband bestaat tussen het tarief en de kosten van de dienst aan deze schepen. De Afdeling beoordeelde vervolgens of het tarief aan deze evenredigheidseis voldoet, waarbij met name de kostenverdeling tussen zeescheepvaart en binnenvaart centraal stond.
De Afdeling concludeerde dat geen aanwijzingen waren dat het tarief kosten bevat die niet aan de zeescheepvaart zijn toe te rekenen. De eerder aangenomen gebruiksverhouding van 90% zeescheepvaart en 10% binnenvaart werd bijgesteld naar circa 60% respectievelijk 40%, wat beter aansluit bij de feitelijke situatie. De Afdeling verwierp het standpunt van Sea-Land dat het tarief een begrotingstekort dekt en oordeelde dat het tarief voldoet aan de evenredigheidseis.
Hiermee vernietigde de Afdeling de uitspraken van de rechtbank Rotterdam en verklaarde het beroep van Sea-Land ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt gegrond verklaard en het beroep van Sea-Land ongegrond verklaard.