ECLI:NL:RVS:2002:AF2529
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- R.H. Lauwaars
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling evenredigheid verkeersbegeleidingstarief VBS en belanghebbendheid agenten
De zaak betreft hoger beroepen tegen uitspraken van de rechtbank Rotterdam inzake het verkeersbegeleidingstarief (VBS) voor scheepvaartverkeer. De agenten hadden bezwaar gemaakt tegen facturen van de Inspecteur van de Belastingdienst Douane, maar werden door de Afdeling niet als belanghebbenden erkend omdat hun belang afgeleid is van dat van de scheepseigenaren. Hierdoor zijn zij niet-ontvankelijk in hun bezwaren.
De Afdeling heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen om prejudiciële vragen gevraagd over de verenigbaarheid van het VBS met het vrije dienstenverkeer binnen de EU. Het Hof oordeelde dat het VBS, mits het tarief in verhouding staat tot de kosten van de dienst aan zeeschepen langer dan 41 meter, niet in strijd is met het EU-recht.
De Afdeling toetste vervolgens de evenredigheid van het tarief aan de hand van het arrest van het Hof en concludeerde dat het tarief voldoet aan de eis van evenredigheid. Er is geen sprake van een begrotingstekort en de kosten zijn toerekenbaar aan de zeescheepvaart. Het hoger beroep van de Inspecteur werd gegrond verklaard, de beroepen van de door de agenten vertegenwoordigde scheepseigenaren werden ongegrond verklaard, en de agenten werden niet-ontvankelijk verklaard in hun bezwaren.
Uitkomst: De agenten zijn niet-ontvankelijk verklaard in hun bezwaar en het VBS-tarief voldoet aan de evenredigheidseis.