ECLI:NL:RVS:2002:AF2853
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tweede aanvraag verblijfsvergunning asiel na terugkeer land van herkomst
Appellant diende een tweede aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel na terugkeer in het land van herkomst. De minister wees deze aanvraag af op grond van artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat de verklaringen van appellant als bevreemdingwekkend, vaag en onduidelijk werden beoordeeld, waardoor het asielrelaas niet aannemelijk werd geacht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de minister zich in redelijkheid op dit standpunt kon stellen. Appellant voerde aan dat het een nieuwe aanvraag betrof op basis van een ander feitencomplex, maar de rechtbank kwalificeerde dit als een nieuwe aanvraag in de zin van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Raad van State stelde vast dat hoewel de rechtbank ten onrechte de aanvraag als een vervolg op de eerdere aanvraag had aangemerkt, dit niet tot vernietiging van de uitspraak leidt. De authenticiteit van door appellant overgelegde documenten kon niet worden vastgesteld, waardoor de minister deze niet hoefde te erkennen. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de tweede asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van het asielrelaas.