ECLI:NL:RVS:2003:AF3159

Raad van State

Datum uitspraak
22 januari 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200200047/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.A.E. van der Does
  • W. van den Brink
  • T.M.A. Claessens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen gemeentelijk budgetbesluit schooluitbreiding

De gemeente Heiloo stelde een budget van ƒ 1.250.000/€ 567.225,27 beschikbaar voor de uitbreiding van de St. Radboudschool. Appellanten, ouders/verzorgers van leerlingen, maakten bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd door de raad niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond.

Appellanten stelden dat hun belangen niet samenvielen met die van het bevoegd gezag, maar de Raad van State overwoog dat de belangen van ouders/verzorgers niet rechtstreeks bij het besluit betrokken zijn, maar slechts afgeleid zijn van het bevoegd gezag. De interne verhouding tussen ouders en bevoegd gezag is privaatrechtelijk en valt niet onder de bestuursrechter.

De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

200200047/1.
Datum uitspraak: 22 januari 2003
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant sub 1], [appellant sub 2], [appellant sub 3] en [appellant sub 4], allen wonend te Heiloo,
tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Alkmaar van 15 november 2001 in het geding tussen:
appellant
en
de raad van de gemeente Heiloo.
1. Procesverloop
Bij besluit van 8 januari 2001 heeft de raad van de gemeente Heiloo (hierna: de raad) aan de stichting "Kaprion" een budget van ƒ 1.250.000,00/€ 567.225,27 ter beschikking gesteld ten behoeve van de tijdelijke en permanente uitbreiding van de onder haar bestuur staande St. Radboudschool te Heiloo.
Bij besluit van 9 mei 2001 heeft de raad het daartegen door appellanten gemaakte bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Dit besluit en het advies van Commissie voor bezwaarschriften van 18 april 2001, waarnaar in het besluit wordt verwezen, zijn aangehecht.
Bij uitspraak van 15 november 2001, verzonden op 19 november 2001, heeft de arrondissementsrechtbank te Alkmaar (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellanten ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 30 december 2001, bij de Raad van State ingekomen op 4 januari 2002, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 1 februari 2002. Deze brieven zijn aangehecht.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 december 2002, waar [appellant sub 1] en [appellant sub 2], in persoon en als gemachtigden van de overige appellanten, en de raad, vertegenwoordigd door A.C. van der Jagt, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Zoals ook volgt uit de ter informatie van partijen aan deze uitspraak gehechte uitspraak van de Afdeling van 28 augustus 2002 inzake no. 200106040/1, zijn de belangen van ouders/verzorgers van leerlingen niet rechtstreeks betrokken bij op aanvraag van het bevoegd gezag door de raad genomen besluiten inzake de bekostiging van voorzieningen in de huisvesting van scholen, maar zijn hun belangen afgeleid van die van het bevoegd gezag. Het oordeel van de rechtbank dat appellanten niet als belanghebbenden als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kunnen worden aangemerkt, is dan ook juist. Dat - naar appellanten stellen - de belangen van het bevoegd gezag niet samenvallen met die van hen, is in dit verband niet van belang. Daarenboven is de interne verhouding tussen het bevoegd gezag en de ouders/verzorgers zuiver privaatrechtelijk van aard; deze staat derhalve niet ter beoordeling van de bestuursrechter.
2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J.A.E. van der Does, Voorzitter, en mr. W. van den Brink en mr. T.M.A. Claessens, Leden, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, ambtenaar van Staat.
w.g. Van der Does w.g. Van Loon
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 22 januari 2003
284.