ECLI:NL:RVS:2003:AF3500
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Hoekstra
- G.A. Posthumus
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing goedkeuring bestemmingsplan Plassen, Natuur- en Weidegebieden
De zaak betreft een geschil over het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland om het bestemmingsplan "Plassen, Natuur- en Weidegebieden" niet goed te keuren voor de aanduiding "bouwstede voor woningen" op drie specifieke percelen. Appellanten voerden aan dat deze weigering onterecht was, onder meer vanwege strijd met de omschrijving van het begrip "zomerwoning" en gewekte verwachtingen.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het besluit moest worden getoetst aan het recht dat gold vóór 3 april 2000, omdat het ontwerp van het plan toen ter inzage lag. De Afdeling bevestigde dat verweerder de beoordelingsmarges niet had overschreden en dat het beleid om permanente bewoning van zomerwoningen te reguleren met aanduidingen "bouwstede voor zomerwoningen" en "permanente bewoning toegestaan" redelijk was.
De Afdeling nam daarbij mee dat voor de betrokken percelen geen bouwvergunning anders dan voor zomerwoningen was verleend en dat de regeling in overeenstemming was met een goede ruimtelijke ordening. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen het besluit tot onthouding van goedkeuring aan de aanduiding bouwstede voor woningen zijn ongegrond verklaard.