ECLI:NL:RVS:2003:AF3504
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th.G. Drupsteen
- P.A. Melse
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen niet tijdig genomen besluit handhaving aanlegsteiger
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Skarsterlân om handhavend op te treden tegen een aanlegsteiger in een jachthaven. Na het niet tijdig nemen van een besluit op dit verzoek, maakte appellant bezwaar tegen deze besluiteloosheid. Het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk en wees het verzoek tot handhaving af.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit gelijkgesteld wordt met een besluit en dat het college verplicht blijft een besluit te nemen. Het bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit was terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat inmiddels een besluit was genomen, waardoor appellant geen procesbelang meer had bij een inhoudelijke beoordeling van het bezwaar.
Echter, het college was niet ingegaan op het bezwaar tegen het genomen besluit van 6 maart 2002, wat in strijd is met het motiveringsbeginsel. Daarom vernietigt de Afdeling het besluit voor zover het niet op dit bezwaar is ingegaan en verklaart het bezwaar alsnog ongegrond. Tevens veroordeelt de Afdeling het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wordt vernietigd en het bezwaar wordt alsnog ongegrond verklaard; het college wordt veroordeeld tot proceskosten en griffierechtvergoeding.