ECLI:NL:RVS:2003:AF3532
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- M.A.E. Planken
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvullende tegemoetkoming op grond van Uitkeringsregeling Hulpfonds Bijlmerramp
Appellant, een vrijwillig hulpverlener bij de Bijlmerramp, verzocht om een aanvullende tegemoetkoming op grond van artikel 4 van Pro de Uitkeringsregeling Hulpfonds Gedupeerden Bijlmerramp. Het bestuur kende aanvankelijk een tegemoetkoming toe, maar wees het bezwaar tegen de afwijzing van de aanvullende tegemoetkoming af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant onvoldoende bewijs had geleverd voor de gestelde uitgaven.
In hoger beroep stelde appellant dat hij tijdens de bezwaarprocedure wel degelijk bewijs had aangeboden, maar dat dit door de rechtbank ten onrechte als te laat was afgewezen. De Raad van State stelde vast dat appellant bij de hoorzitting in de bezwaarprocedure een bewijsaanbod had gedaan en dat het bestuur ten onrechte had betwist dat bewijs was aangeboden.
Desondanks concludeert de Raad van State dat appellant niet in aanmerking komt voor de aanvullende tegemoetkoming omdat de overgelegde schulden niet aantoonbaar verband houden met psychosociale problemen als gevolg van de ramp en inkomensschade niet wordt vergoed volgens de regeling. Ook de hardheidsclausule werd niet toegepast omdat geen onbillijkheid van overwegende aard is vastgesteld.
De Raad van State bevestigt daarom het bestreden vonnis en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvullende tegemoetkoming bevestigd.