ECLI:NL:RVS:2003:AF3538
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Cleton
- J.R. Schaafsma
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid en ontvankelijkheid beroep inzake weigering aanmelding Habitatrichtlijngebied
Appellant verzocht de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij om een gebied in Noord-Brabant aan te melden bij de Europese Commissie als leefgebied voor de grote modderkruiper op grond van de Habitatrichtlijn. De Staatssecretaris weigerde dit voorstel te doen en verklaarde de bezwaren van appellant niet-ontvankelijk. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling onderzocht haar bevoegdheid en concludeerde dat het doen van een voorstel aan de Commissie op grond van artikel 4 van Pro de Habitatrichtlijn geen publiekrechtelijke rechtshandeling is zoals bedoeld in de Awb, maar een voorbereidende handeling. Hierdoor is de weigering geen besluit in de zin van de Awb en is de rechtbank in eerste aanleg bevoegd. De Afdeling besloot het beroep zelf finaal af te doen vanwege proceseconomie.
De Afdeling oordeelde dat de brief van de directeur van het Expertisecentrum LNV slechts feitelijke mededelingen bevatte en geen besluit was. De bezwaren tegen de weigering van de aanmelding waren terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep werd ongegrond verklaard en appellant werd gewezen op de mogelijkheid een civiele procedure te starten. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van bezwaren tegen de weigering tot aanmelding Habitatrichtlijngebied wordt ongegrond verklaard.