ECLI:NL:RVS:2003:AF3547
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J. Boukema
- P.A. Offers
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Rechtspraak.nl
Korpschef geen belanghebbende bij intrekking jachtakte door Minister van Justitie
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of de korpschef van de politieregio Utrecht als belanghebbende kan worden aangemerkt bij het besluit tot intrekking van een jachtakte. De korpschef had de jachtakte van appellant ingetrokken, waarna de Minister van Justitie het administratief beroep van appellant gegrond verklaarde en het besluit vernietigde.
De voorzieningenrechter had de korpschef als belanghebbende erkend en diens beroep gegrond verklaard tegen het besluit van de Minister. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deelt dit oordeel niet en verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat de bevoegdheid van de korpschef onder verantwoordelijkheid van de Minister van Justitie wordt uitgeoefend.
De Raad van State benadrukt dat de Minister van Justitie de eindverantwoordelijkheid draagt voor het uniformiteitsbeleid en dat de korpschef geen eigen, van de Minister te onderscheiden belang heeft bij het besluit van 7 februari 2002. Daarom verklaart de Afdeling het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaart het beroep van de korpschef niet-ontvankelijk. Tevens wordt het griffierecht aan appellant terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep van de korpschef wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen belanghebbende is bij het besluit van de Minister van Justitie.