ECLI:NL:RVS:2003:AF4218
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens gewijzigde gezinssituatie
Appellanten hadden aanvragen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend die door de minister werden afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde de beroepen ongegrond. Appellanten stelden dat er sprake was van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden sinds de eerdere afwijzing in 2000, met name de overdracht van familieleden aan Duitsland en het vertrek van hun vader met onbekende bestemming.
De Raad van State oordeelde dat deze ontwikkelingen na de eerdere beslissingen als veranderde omstandigheden moesten worden aangemerkt. De minister had ten onrechte de aanvragen afgewezen zonder deze omstandigheden te betrekken. De eerdere afwijzende besluiten betroffen het gezin als eenheid, maar na de overdracht en het vertrek was die eenheid verbroken, waardoor appellanten aan zichzelf waren overgelaten.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en de besluiten van de minister wegens strijd met artikel 3:46 Awb Pro, omdat de motivering omtrent de toepasselijkheid van artikel 4:6 Awb Pro ontbrak. De minister werd opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de afwijzing van de asielaanvragen wegens gewijzigde gezinssituatie en draagt de minister op nieuwe besluiten te nemen.