ECLI:NL:RVS:2003:AF4364
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering bouwvergunning voor bedrijfsgebouw vanwege aantasting monumentale vestingwerken
Appellante, BMG Vastgoed B.V., verzocht om een bouwvergunning voor een bedrijfsgebouw op een perceel in Maastricht. Het college van burgemeester en wethouders weigerde deze vergunning omdat het bouwplan niet voldeed aan de voorschriften van de bouwverordening, met name de voorgevelrooilijn, en vanwege de aantasting van het monumentale karakter van de stedelijke vestingwerken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State. Appellante stelde dat het ambtelijke advies waarop het college zich baseerde te laat was ingediend en onvoldoende was gemotiveerd, en dat het college haar bevoegdheid misbruikte door elke bebouwing ter plaatse tegen te gaan.
De Raad van State oordeelde dat het ambtelijke advies tijdig en voldoende was betrokken bij de besluitvorming en dat het college bij de belangenafweging terecht het monumentale karakter van de vestingwerken zwaar liet meewegen. Ook werd geoordeeld dat bestaande afwijkingen in de omgeving niet vergelijkbaar zijn met het nieuwe bouwplan. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de bouwvergunning bevestigd.