ECLI:NL:RVS:2003:AF4376
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verklaring van geen bezwaar voor tweede bedrijfswoning
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant weigerde op 24 oktober 2000 een verklaring van geen bezwaar voor de bouw van een tweede bedrijfswoning op een perceel te Veghel. Het bezwaar tegen deze weigering werd op 8 mei 2001 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit op 31 mei 2002 ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de eerste woning op het naastgelegen perceel ten onrechte als bedrijfswoning was aangemerkt, terwijl deze feitelijk een burgerwoning was.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat de eerste woning op het perceel de bestemming “Burgerwoning I” had en door schoonouders van appellant als burgerwoning werd gebruikt. Hierdoor kon deze woning niet als bedrijfswoning worden aangemerkt. Het college had dit niet correct beoordeeld, waardoor het besluit op bezwaar niet deugdelijk was gemotiveerd en in strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, en verklaart het beroep bij de rechtbank alsnog gegrond. Het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van het college vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen.