ECLI:NL:RVS:2003:AF4380
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- A.M. van Meurs-Heuvel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning Winterswijk ondanks bezwaar appellant
Het geschil betreft het hoger beroep van appellant tegen de bouwvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Winterswijk voor het verbouwen van een woonwinkelpand. De vergunningen van 29 februari 2000 en 28 november 2000 stonden centraal, waarbij appellant bezwaar maakte tegen de laatstgenoemde vergunning.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, en de Raad van State bevestigt dit oordeel. De Afdeling oordeelt dat de vergunning van 29 februari 2000 onherroepelijk is geworden en niet ter beoordeling staat in deze procedure. Daarnaast is vastgesteld dat het bouwplan voldoet aan het Bouwbesluit en de redelijke eisen van welstand, en dat er geen strijd is met een bestemmingsplan of de gemeentelijke bouwverordening die relevant is voor de vergunning.
Appellant voerde ook privaatrechtelijke en strafrechtelijke gronden aan, maar deze zijn volgens de Afdeling niet relevant voor de vergunningverlening. Het college was gehouden de vergunning te verlenen omdat geen van de weigeringsgronden uit artikel 44 van Pro de Woningwet van toepassing was. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding in hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bouwvergunning van november 2000 wordt bevestigd.