ECLI:NL:RVS:2003:AF4697
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- G.A.A.M. Boot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bouwvergunning na niet-aanvang bouw ondanks aansporingen
Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn trok op 15 mei 2001 de bouwvergunning in die aan de vader van appellant was verleend voor een garage-berging en veevoederopslag. Appellant voerde aan dat hij de intentie had het bouwplan uit te voeren en had voldaan aan de sloopvoorwaarde, maar kon niet starten vanwege wisselende planologische inzichten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde dit oordeel. De Afdeling stelde dat appellant meerdere kansen had gekregen om te starten met bouwen en dat het college duidelijk had aangekondigd dat bij uitblijven van aanvang de vergunning zou worden ingetrokken.
De Afdeling oordeelde dat de lange termijn sinds vergunningverlening, de aansporingen en de aangekondigde einddatum het college in staat stelden de vergunning terecht in te trekken. Onzekerheid over planologische ontwikkelingen vormde geen belemmering, aangezien het gebied al als toekomstig woongebied was bestemd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bouwvergunning wordt bevestigd omdat appellant niet met de bouw is begonnen ondanks duidelijke aansporingen.