ECLI:NL:RVS:2003:AF4733
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.G. Lubberdink
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid in bezwaar tegen bouwvergunning voor bedrijfsverzamelgebouw
Het college van burgemeester en wethouders van Schermer verleende een bouwvergunning aan een derde voor de bouw van een bedrijfsverzamelgebouw. Appellante maakte bezwaar tegen deze vergunning, maar het college verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank te Alkmaar oordeelde vervolgens dat appellante niet-ontvankelijk was in haar bezwaar omdat zij niet als belanghebbende kon worden aangemerkt.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij wel degelijk in haar bedrijfseconomische belang werd geraakt door de vergunningverlening aan de derde. De Raad van State oordeelde echter dat het feit dat de vergunning aan een ander is verleend niet betekent dat appellante daardoor geen bouwvergunning kan krijgen, en dat zij daarom niet rechtstreeks in haar belang wordt getroffen.
De Raad van State bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellante niet-ontvankelijk is in haar bezwaar.