ECLI:NL:RVS:2003:AF4741
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- I. Sluiter
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergunning voor steiger in strijd met bestemmingsplan water
Appellant verzocht om een vergunning voor het bouwen van een steiger bij een appartementencomplex in Gouda. Het college van burgemeester en wethouders weigerde deze vergunning omdat de steiger in strijd was met het bestemmingsplan “Binnenstad West”, dat de gronden bestemde voor waterlopen ten behoeve van waterhuishouding, verkeer te water en recreatie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigde dit oordeel. De steiger was niet bedoeld voor verkeer te water en ook niet voor recreatie, aangezien deze alleen vanuit privéruimten toegankelijk was en mede diende voor gevelonderhoud. Vrijstellingen op grond van de Wet op de Ruimtelijke Ordening konden niet worden verleend, mede vanwege het bruto vloeroppervlak en het ontbreken van formele vereisten.
Appellant voerde een beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel aan, maar deze werden verworpen omdat er geen toezeggingen waren gedaan en de vergelijkbare situatie niet aanwezig was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht de vergunning had geweigerd en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de vergunning voor de steiger wegens strijd met het bestemmingsplan en afwijzing van het beroep.