ECLI:NL:RVS:2003:AF4894
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.C.K.W. Bartel
- C.M. Nollen
- Rechtspraak.nl
Schorsing concrete beleidsbeslissing aanleg Westerschelde Containerterminal wegens rechtsbescherming
Op 4 oktober 2002 stelde de provincie Zeeland een streekplanherziening vast voor de aanleg van de Westerschelde Containerterminal (WCT), een project dat een natuurgebied van ongeveer 141,72 hectare betreft. Verzoekers, waaronder milieuverenigingen en individuele inwoners, stelden dat de concrete beleidsbeslissing onrechtmatig was en vreesden onomkeerbare gevolgen.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht of de inwerkingtreding van de beleidsbeslissing zou leiden tot onomkeerbare gevolgen en concludeerde dat dit niet aannemelijk was. Wel constateerde hij dat door de gelijktijdige procedures van streekplan- en bestemmingsplanherzieningen een cruciaal verlies aan rechtsbescherming kon optreden, omdat tegen bestemmingsplannen geen zienswijzen kunnen worden ingediend als deze gebaseerd zijn op een concrete beleidsbeslissing.
Daarom besloot de Voorzitter de concrete beleidsbeslissing voorlopig te schorsen om te voorkomen dat de bestemmingsplannen onherroepelijk worden en de rechterlijke uitspraak in de hoofdzaak betekenisloos wordt. Tevens werd bepaald dat de schorsing wordt opgeheven indien de beroep tegen de beleidsbeslissing ongegrond wordt verklaard. De provincie Zeeland werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan de verzoekers.
Uitkomst: De Voorzitter schorst de concrete beleidsbeslissing in het streekplan Zeeland over de aanleg van de Westerschelde Containerterminal om rechtsbescherming te waarborgen.