ECLI:NL:RVS:2003:AF4973
Raad van State
- Kort geding
- W.G. Konijnenbelt
- W.G. Overdijk
- Rechtspraak.nl
Gedeputeerde Staten weigeren vergunning pyrolyse-activiteiten Afvalstoffen Terminal Moerdijk
Afvalstoffen Terminal Moerdijk B.V. en Tetra Pak Moerdijk B.V. stelden beroep in tegen een revisievergunningbesluit van gedeputeerde staten van Noord-Brabant, waarbij de vergunning voor opslag, overslag en verwerking van gevaarlijke afvalstoffen werd verleend, maar de pyrolyse-activiteiten werden geweigerd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep behandeld en geoordeeld dat de weigering van de vergunning voor de pyrolyse-installatie onzorgvuldig was voorbereid, mede omdat de Minister van VROM de mogelijkheid tot sturingsvoorschriften voor het residu onvoldoende heeft betrokken.
Daarnaast oordeelde de Afdeling dat diverse voorschriften in de vergunning niet zorgvuldig waren genomen, waaronder bepalingen over acceptatiecriteria, registratie, emissie-eisen en opslagvoorschriften. Sommige voorschriften waren onduidelijk, onuitvoerbaar of in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. De Afdeling verklaarde delen van het beroep gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de weigering van de pyrolyse-activiteiten en de genoemde voorschriften betrof.
De Afdeling bepaalde dat de beroepen, voor zover ontvankelijk, gedeeltelijk gegrond zijn en gaf aan dat verweerder een nieuwe verklaring van geen bedenkingen moet aanvragen bij de Minister en vervolgens een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werden termijnen gesteld voor de verdere procedure. De Afdeling paste enkele voorschriften zelfvoorziend aan op basis van de voorstellen van partijen.
De uitspraak betreft een complexe milieurechtszaak waarin het belang van doelmatige verwijdering van afvalstoffen, zorgvuldige vergunningverlening en milieubescherming centraal staan. De Afdeling benadrukte de beoordelingsvrijheid van het bevoegd gezag, maar stelde ook duidelijke eisen aan de motivering en zorgvuldigheid van besluiten.
Uitkomst: Het beroep is deels gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de pyrolyse-activiteiten en diverse vergunningvoorschriften is vernietigd.