ECLI:NL:RVS:2003:AF4994
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- P.A. Offers
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing tegemoetkoming schade door regenval in september 1998
Appellante had een melding gedaan van schade veroorzaakt door extreem zware regenval in september 1998, maar deze werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn. Na diverse procedures bij de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak werd het bezwaar tegen de niet-ontvankelijkverklaring opnieuw ongegrond verklaard door de Staatssecretaris.
De rechtbank vernietigde dit besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen ervan. In hoger beroep betwistte appellante dit laatste oordeel. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank geen ruimte had om de rechtsgevolgen in stand te laten na vernietiging van het besluit over de ontvankelijkheid en dat de rechtbank de aanvraag om tegemoetkoming zelf had moeten afwijzen.
Inhoudelijk ging het om het ontbreken van voldoende bewijs voor een causaal verband tussen de regenval in september 1998 en de schade, mede vanwege het tijdsverloop van vier maanden en de neerslag in januari 1999. De door appellante overgelegde gegevens waren onvoldoende om het directe verband aan te tonen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het bestreden deel van de uitspraak en wees de aanvraag om tegemoetkoming af. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante terugbetaald.
Uitkomst: De aanvraag om tegemoetkoming in de schade wordt afgewezen wegens onvoldoende causaal verband met de regenval in september 1998.