ECLI:NL:RVS:2003:AF5006
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Cleton
- A. Kosto
- J.J.C. Voorhoeve
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende noodzaak voor bedrijventerrein De Watering bij Coevorden
Het geschil betreft het besluit van Gedeputeerde Staten van Drenthe om de goedkeuring aan het bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Watering" te onthouden, omdat de noodzaak van het bedrijventerrein onvoldoende was aangetoond. Het plan voorzag in een terrein van circa 35 hectare voor kleine bedrijven in milieucategorieën 1 tot en met 3.
Appellant, het college van burgemeester en wethouders van Coevorden, stelde dat de behoefte aan het bedrijventerrein gerechtvaardigd was, omdat bestaande terreinen zoals Leeuwerikenveld II en Europark niet geschikt waren voor kleine bedrijven. De Raad van State oordeelde dat Gedeputeerde Staten binnen hun beoordelingsmarge konden blijven door te wijzen op het provinciale omgevingsplan en de beschikbare ruimte op andere terreinen, inclusief De Hare en Europark.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat het besluit niet in strijd was met het recht en dat de harde grens gevormd door de N34 niet zonder noodzaak doorbroken mocht worden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de goedkeuring aan het bestemmingsplan is terecht onthouden.