ECLI:NL:RVS:2003:AF5019
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- E.J.J.M. van Tielraden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake weigering uitritvergunning gemeente Renkum
Appellant verzocht bij het college van burgemeester en wethouders van Renkum om een vergunning voor een uitrit naar zijn perceel. Het college weigerde deze vergunning en verklaarde het bezwaar ongegrond. De voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de beslissing op bezwaar maar liet de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen in stand liet, mede omdat het college pas na het bezwaar een nieuwe motivering gaf en zijn perceel niet op andere wijze ontsloten is. Het college voerde aan dat de vergunning geweigerd werd om het belang van de bruikbaarheid en het doelmatig gebruik van de weg, vanwege verlies van parkeercapaciteit.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de motivering van het college onvoldoende was en dat het verlies van parkeerplaatsen niet was onderbouwd met verkeerstechnisch onderzoek. Appellant bracht cijfermateriaal in waaruit bleek dat er nog voldoende parkeerruimte was. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover de rechtsgevolgen in stand bleven en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen.