ECLI:NL:RVS:2003:AF5038

Raad van State

Datum uitspraak
26 februari 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200205304/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • D.A.C. Slump
  • J.H. Roelfsema
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herziening bestuursrechtelijke uitspraak over ontruiming strook grond

Verzoekster heeft bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek ingediend tot herziening van een eerdere uitspraak van 14 november 2001. Deze eerdere uitspraak had het hoger beroep gegrond verklaard en een uitspraak van de rechtbank vernietigd.

Verzoekster stelde dat de afmetingen van de strook grond die zij moest ontruimen anders waren dan eerder vastgesteld. De grond is echter haar eigendom en de afmetingen stonden vermeld in het dossier, waaronder een situatieschets bij het besluit op bezwaar van 9 juni 1999.

De Afdeling oordeelde dat deze feiten en omstandigheden verzoekster vóór de uitspraak bekend waren of redelijkerwijs bekend hadden kunnen zijn. Daarom voldeed het verzoek niet aan de voorwaarden van artikel 8:88 Awb Pro voor herziening.

Het verzoek werd als ongegrond afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer op 26 februari 2003.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de bestuursrechtelijke uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe, onbekende feiten.

Uitspraak

200205304/1.
Datum uitspraak: 26 februari 2003
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzoek van
[verzoekster], gevestigd te [plaats],
om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 14 november 2001, in zaak no. 200005420/1.
1. Procesverloop
Bij uitspraak van 14 november 2001, in zaak no. 200005420/1, heeft de Afdeling het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Zwolle van 6 oktober 2000 vernietigd en het bij de rechtbank ingestelde beroep alsnog ongegrond verklaard. De uitspraak is aangehecht.
Bij brief van 2 oktober 2002 heeft verzoekster de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. Deze brief is aangehecht.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 februari 2003, waar verzoekster, vertegenwoordigd door mr. J.C. van Nie, advocaat te Almelo, en het college van burgemeester en wethouders van Raalte, vertegenwoordigd door P.B.M. Droste, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen. Daar is ook gehoord [partij], vertegenwoordigd door mr. J.C.M. van Roessel, advocaat te Rosmalen.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan de Afdeling op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2.2. Door verzoekster is gesteld dat de afmetingen van de strook grond die door haar ontruimd diende te worden in werkelijkheid anders zijn dan door de Afdeling is aangegeven in de uitspraak van 14 november 2001. Aangezien de strook grond in eigendom is bij verzoekster, zodat zij deswege op de hoogte kon zijn van de juiste afmetingen, en het dossier dat ten grondslag heeft gelegen aan bedoelde uitspraak uitdrukkelijk gegevens bevat over de (gestelde) afmetingen, waaronder de bij het besluit op bezwaar van 9 juni 1999 gevoegde situatieschets, is geen sprake van feiten en omstandigheden die haar vóór de uitspraak niet bekend waren dan wel redelijkerwijs bekend konden zijn als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb.
2.3. Het verzoek dient als ongegrond te worden afgewezen.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.H. Roelfsema, ambtenaar van Staat.
w.g. Slump w.g. Roelfsema
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2003
58-398.