ECLI:NL:RVS:2003:AF5130
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J. Boukema
- P.A. Offers
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen afwijzing verzoek proceskostenvergoeding door UWV
Appellant verzocht het Landelijk instituut sociale verzekeringen (thans UWV) om vergoeding van proceskosten die hij had gemaakt in een civiele procedure tegen zijn voormalige werkgever. Dit verzoek werd afgewezen en het bezwaar daartegen werd door het UWV ongegrond verklaard. De rechtbank Maastricht verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en wees het beroep van appellant af.
In hoger beroep bij de Raad van State werd overwogen dat de brief van het UWV waarin het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen geen besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vormt. Hierdoor is het bezwaar en het beroep tegen deze afwijzing niet-ontvankelijk omdat de Awb alleen rechtsbescherming biedt tegen besluiten van bestuursorganen.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd ook geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Hiermee is de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar en beroep definitief vastgesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar bevestigd.