ECLI:NL:RVS:2003:AF5189
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake weigering verblijfsvergunning asiel en procesrechtelijke klachten
Appellant had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State tegen deze uitspraak.
Appellant voerde twee griefpunten aan: ten eerste dat het beroepschrift betreffende zijn staatloosheid niet aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst was doorgezonden, en ten tweede dat hem niet het laatste woord was gegeven tijdens de zitting, wat volgens hem een schending van artikel 8:65, tweede lid, Awb zou zijn.
De Raad van State oordeelde dat de voorzieningenrechter terecht geen aanleiding had om het beroepschrift over staatloosheid door te zenden, omdat appellant geen gronden had aangevoerd tegen de ambtshalve weigering. Tevens werd geoordeeld dat het proces-verbaal aantoonde dat partijen voldoende gelegenheid hadden gekregen om hun standpunten te uiten voordat het onderzoek werd gesloten. Het feit dat de minister als laatste sprak, was niet in strijd met de wet.
Het hoger beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.