ECLI:NL:RVS:2003:AF5577
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- C. Sparreboom
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen besluit raad voor rechtsbijstand
Appellant heeft bij de Raad voor Rechtsbijstand te Amsterdam een verzoek ingediend dat is afgewezen. Tegen dit besluit heeft een derde, een advocaat, namens zichzelf en niet als gemachtigde van appellant, beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat de advocaat niet bevoegd was om namens appellant op te treden.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling overwoog dat op grond van de Wet op de Raad van State en de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een belanghebbende die niet zelf beroep bij de rechtbank heeft ingesteld, in beginsel geen hoger beroep kan instellen.
Omdat de rechtbank uitspraak deed over het geschil tussen de advocaat en de raad voor rechtsbijstand en appellant zelf niet in beroep bij de rechtbank was gekomen, verklaarde de Afdeling het hoger beroep van appellant niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant niet zelf beroep bij de rechtbank heeft ingesteld.