ECLI:NL:RVS:2003:AF5579

Raad van State

Datum uitspraak
12 maart 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200205518/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Besluit houdende regels voor geslachtsnaamswijziging
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering geslachtsnaamswijziging minderjarige zoon

Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het voornemen van de Staatssecretaris van Justitie om de geslachtsnaam van zijn minderjarige zoon te wijzigen in de naam van diens moeder. De Staatssecretaris heeft het bezwaar ongegrond verklaard en de rechtbank Rotterdam heeft het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond verklaard.

Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep neerkomt op een herhaling van eerdere bezwaren die onvoldoende zwaarwegend zijn om het verzoek tot naamswijziging af te wijzen. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank.

Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 12 maart 2003.

Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

200205518/1.
Datum uitspraak: 12 maart 2003
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank te Rotterdam van 28 augustus 2002 in het geding tussen:
appellant
en
de Staatssecretaris van Justitie.
1. Procesverloop
Bij besluit van 13 februari 2001 heeft de Staatssecretaris van Justitie (hierna: de staatssecretaris) aan appellant medegedeeld dat het in zijn voornemen ligt de aanvraag om wijziging van de geslachtsnaam van zijn minderjarige [zoon] in [naam] - de naam van de moeder van [zoon] - voor inwilliging in aanmerking te doen komen.
Bij besluit van 17 mei 2001 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 28 augustus 2002, verzonden op 5 september 2002, heeft de rechtbank te Rotterdam (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, ingekomen bij de Raad van State op 17 oktober 2002 hoger beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 11 november 2002. Deze brieven zijn aangehecht.
Bij brief van 13 januari 2003 heeft de staatssecretaris van antwoord gediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 februari 2003, waar appellant, vertegenwoordigd door mr. D.S. Lösing, advocaat te Rotterdam, is verschenen. Voorts heeft [partij] het woord gevoerd.
2. Overwegingen
2.1. Toetsend aan artikel 3, vierde lid, van het Besluit houdende regels voor geslachtsnaamswijziging, is de rechtbank terecht tot het oordeel gekomen dat de bezwaren van appellant onvoldoende zwaarwegend zijn om het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van zijn [zoon] niet in te willigen.
Hetgeen appellant heeft aangevoerd in hoger beroep komt neer op een herhaling van het door hem bij de rechtbank aangevoerde en kan niet leiden tot een ander oordeel.
2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. de Koning, ambtenaar van Staat.
w.g. Bijloos w.g. De Koning
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2003
221.