ECLI:NL:RVS:2003:AF5586
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Weigering revisievergunning spoorwegemplacement Utrecht Centraal wegens geluidbelasting
Appellante, N.S. Railinfrabeheer B.V., verzocht om een revisievergunning voor het spoorwegemplacement Utrecht Centraal Station. Deze vergunning werd geweigerd door het college van gedeputeerde staten van Utrecht vanwege de overschrijding van de geluidnormen die bescherming van het milieu waarborgen.
De inrichting betreft meerdere locaties binnen het emplacement, waar onder meer nachtelijk rangeren van rijtuigbakken plaatsvindt. De aanvraag voorzag in uitbreiding van activiteiten met 30 zogenaamde vreemde rijtuigbakken zonder geluidreducerende maatregelen, wat volgens verweerder leidt tot een overschrijding van het referentieniveau voor omgevingsgeluid van 41 dB(A) met maximaal 25 dB(A) bij 279 omliggende woningen.
Appellante stelde dat het emplacement onmisbaar is voor het spoorsysteem en dat de kosten voor geluidreducerende maatregelen zeer hoog zijn, terwijl zij afhankelijk is van financiële middelen van het ministerie. Verweerder handhaafde het standpunt dat de geluidbelasting ontoelaatbaar is en dat de vergunning geweigerd moet worden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat verweerder zich in redelijkheid op dit standpunt kon stellen en verklaarde het beroep ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt dat milieubescherming en geluidnormen zwaar wegen bij vergunningverlening voor spoorwegemplacementen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de revisievergunning voor het spoorwegemplacement Utrecht Centraal wordt ongegrond verklaard vanwege ontoelaatbare geluidbelasting.