ECLI:NL:RVS:2003:AF5598
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- E.M.H. Hirsch Ballin
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit subsidie beëindiging varkensbedrijf wegens onjuiste waarderingsmethode
Franciscushoeve B.V. heeft subsidie aangevraagd voor de beëindiging van haar varkenshouderij op grond van de BEVAR-regeling. De minister kende subsidie toe, inclusief een vergoeding voor de afbraak van bedrijfsgebouwen, maar de hoogte van deze vergoeding werd door appellante betwist.
De Raad van State stelde vast dat de BEVAR en de onderliggende Kaderwet LNV-subsidies geen definitie geven van het begrip "agrarische waarde". De minister had dit uitgelegd als de waarde in het economisch verkeer bij voortgezet agrarisch gebruik, wat door de Afdeling als juist werd beoordeeld.
Vanwege het ontbreken van een representatief referentiekader voor verkoopcijfers in de varkenshouderij gebruikte de minister de methode van gecorrigeerde vervangingswaarde volgens de KWIN-normen. Appellante stelde echter dat er wel andere representatieve taxaties bestonden. De Afdeling oordeelde dat de minister de KWIN-methode redelijk mocht toepassen, maar constateerde dat de minister niet de juiste afschrijvingspercentages uit KWIN had gehanteerd, waardoor het hoger beroep gegrond werd verklaard.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep gegrond verklaard en het besluit van de minister vernietigd. De minister werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de minister wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met correcte waardering volgens de KWIN-normen.