ECLI:NL:RVS:2003:AF5601
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- E.M.H. Hirsch Ballin
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over vaststelling vergoeding grond op grond van BEVAR
Appellante had bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde vergoeding voor de grond die zij op grond van de Beëindigingsregeling varkensbedrijven in de EHS (BEVAR) moest overdragen. Na bezwaar en herziening stelde de minister de vergoeding vast op ƒ 111.174,00/€ 50.448,56, gebaseerd op een taxatie met peildatum 14 januari 1999. De rechtbank bevestigde deze vaststelling na een deskundigenonderzoek.
Appellante betwistte in hoger beroep de taxaties en stelde een hogere waarde voor, maar erkende dat de peildatum 14 januari 1999 was, wat volgens haar slechts een kleine neerwaartse correctie op haar taxatie zou betekenen. De Afdeling bestuursrechtspraak vroeg advies aan de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) en na hernieuwde behandeling concludeerde zij dat de rechtbank op goede gronden tot haar oordeel was gekomen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De zaak betrof uitsluitend de vergoeding voor de grond; andere beroepsgronden waren ingetrokken.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de vastgestelde vergoeding voor de grond bevestigd.