ECLI:NL:RVS:2003:AF5602
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- M.E.E. Wolff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vergoeding rechtsbijstand op 40% van het basisbedrag door Raad voor Rechtsbijstand
In deze bestuursrechtelijke procedure staat de hoogte van de vergoeding voor verleende rechtsbijstand centraal. Het bureau rechtsbijstandvoorziening van de raad voor rechtsbijstand te Leeuwarden had de vergoeding aan appellant sub 2 vastgesteld op 40% van het basisbedrag. Appellanten stelden hiertegen beroep in, maar de rechtbank verklaarde het beroep van appellant sub 1 niet-ontvankelijk en het beroep van appellant sub 2 ongegrond.
Appellanten gingen hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft overwogen dat appellant sub 1 geen rechtstreeks belang heeft bij het geschil over de vergoeding van zijn raadsman, waardoor zijn beroep niet-ontvankelijk is. Het hoger beroep van appellant sub 2 is inhoudelijk beoordeeld en de Afdeling acht de vaststelling van 40% van het basisbedrag terecht, mede gelet op onvoldoende onderbouwing dat de zaak zo bewerkelijk was dat afronding binnen acht uren niet mogelijk was.
Daarnaast is het oordeel van de rechtbank over de vergoeding van reiskosten op grond van artikel 28, derde lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 1994 bevestigd. De Afdeling ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling omdat het bestreden besluit niet onrechtmatig is. Het hoger beroep van beide appellanten is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.