ECLI:NL:RVS:2003:AF5626
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- P.J.J. van Buuren
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving permanente bewoning woonschip wegens onvoldoende motivering
Appellanten voerden in hoger beroep aan dat het gebruik van hun ligplaatsen onder het overgangsrecht viel en dat burgemeester en wethouders niet handhavend mochten optreden. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het voortdurend afgemeerd houden van woonschepen op de ligplaatsen in strijd was met het bestemmingsplan "Nauernasche Polder 1995" en dat het overgangsrecht niet van toepassing was omdat het eerdere bestemmingsplan "Nauernasche Polder 1980" dit ook verbood.
De rechtbank had terecht geoordeeld dat appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat het permanente gebruik zonder onderbreking en zonder vergroting van de afwijking van het bestemmingsplan bestond. De door appellanten aangevoerde verklaringen werden minder zwaar gewogen dan objectieve gegevens zoals luchtfoto's en werkzaamheden van Rijkswaterstaat.
De Afdeling verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel van appellanten sub 2 en 3 en oordeelde dat burgemeester en wethouders terecht handhavend optraden tegen hen. Ten aanzien van appellanten sub 1 oordeelde de Afdeling echter dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was waarom zij geen persoonsgebonden gedoogtoestemming kregen, terwijl andere omstandigheden daartoe konden leiden.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit voor zover het de bezwaren van appellanten sub 1 betrof en verklaarde hun beroep gegrond. Het beroep van appellanten sub 2 en 3 werd ongegrond verklaard. Burgemeester en wethouders werden veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het besluit van burgemeester en wethouders van Zaanstad is vernietigd voor appellanten sub 1 wegens onvoldoende motivering, het beroep van appellanten sub 2 en 3 is ongegrond verklaard.