ECLI:NL:RVS:2003:AF5634
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- E.M.H. Hirsch Ballin
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit subsidie beëindiging varkensbedrijf wegens onjuiste waarderingsmethode
Appellant heeft subsidie aangevraagd op grond van de BEVAR-regeling voor de beëindiging van zijn varkenshouderij. De minister kende subsidie toe, inclusief een vergoeding voor de afbraak van bedrijfsgebouwen, maar appellant was het niet eens met de hoogte van deze vergoeding.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de term 'agrarische waarde' in de regeling niet nader is gedefinieerd. De minister hanteerde de waarde bij voortgezet agrarisch gebruik, vastgesteld via de methode van gecorrigeerde vervangingswaarde volgens KWIN-normen. Appellant betwistte deze methode en verwees naar andere taxatiemethoden die volgens hem representatiever waren.
De Afdeling oordeelde dat de minister gezien het ontbreken van een representatief referentiekader voor verkoopcijfers terecht de KWIN-methode gebruikte. Echter bleek dat de minister niet de juiste afschrijvingspercentages uit de KWIN-V hanteerde, maar in drie gelijke delen afschreef. Hierdoor was het besluit onjuist.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep gegrond verklaard en het besluit van de minister vernietigd. De minister werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de minister wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met correcte waardering volgens KWIN-normen.