ECLI:NL:RVS:2003:AF5639
Raad van State
- Hoger beroep
- E.A. Alkema
- H. Troostwijk
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake bestuursdwang woonwagen zonder bouwvergunning
Appellant, het college van burgemeester en wethouders van Leiden, had een besluit genomen tot bestuursdwang om een zonder bouwvergunning geplaatste woonwagen te verwijderen. [Partij], die in de woonwagen woonde, maakte bezwaar tegen dit besluit, dat niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van [partij] kennelijk ongegrond, maar later werd dit verzet gegrond verklaard en het bezwaar gegrond verklaard, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat zij onbevoegd is om te oordelen over het hoger beroep tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank van 26 september 2001. Het hoger beroep richt zich verder tegen de uitspraak van 17 april 2002, waarbij de rechtbank het bezwaar van [partij] gegrond verklaarde. Appellant betoogde dat de rechtbank ten onrechte het bezwaar ontvankelijk had verklaard, omdat het te laat was ingediend.
De Afdeling oordeelt dat het besluit tot bestuursdwang op de juiste wijze bekend is gemaakt aan de eigenaar en bewoner [aangeschrevene], en dat appellant niet verplicht was verder te onderzoeken of er andere bewoners waren. De bezwaartermijn begon daarom op 9 mei 1998 en eindigde op 20 juni 1998. Het bezwaar van [partij], ingediend op 1 juli 1999, was te laat en dus niet-ontvankelijk. De rechtbank heeft dit miskend. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van [partij] ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van [partij] wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.