ECLI:NL:RVS:2003:AF5644
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering tegemoetkoming schade door spreeuwen en andere vogels
De Stichting Het Fries Landschap verzocht het Jachtfonds om een tegemoetkoming voor schade aan biezen veroorzaakt door spreeuwen, meerkoeten en grauwe ganzen in 1999. Het Jachtfonds wees dit verzoek af, waarna de staatssecretaris het bezwaar ongegrond verklaarde. De rechtbank Leeuwarden bevestigde deze besluiten, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De Raad overwoog dat het bestuur van het Jachtfonds niet verplicht is het advies van de wildschadecommissie te volgen en zelf verantwoordelijk is voor de beoordeling van tegemoetkomingsaanvragen. Hoewel de schade was veroorzaakt door vogels die niet tot de in de Jachtwet genoemde wildsoorten behoren, is het redelijk om de aanvraag analoog aan de Jachtwet te beoordelen.
De Raad vond dat de schade voorkomen had kunnen worden door het spannen van nylondraden als beschermende maatregel, een standpunt dat ook door appellante aanvankelijk werd erkend. Het gebruik van knalapparatuur en vuurwerk werd niet als overmacht beschouwd. Ook het niet tijdig verkrijgen van een vergunning voor het afschieten van de vogels werd appellante aangerekend. De rechtbank en de Raad concludeerden dat er geen sprake was van overmacht en dat de weigering van tegemoetkoming terecht was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van tegemoetkoming bevestigd.