ECLI:NL:RVS:2003:AF5652

Raad van State

Datum uitspraak
12 maart 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200205416/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herziening van bestuursrechtelijke uitspraak

De zaak betreft een verzoek tot herziening van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 september 2002, bevestigd door de rechtbank Utrecht op 11 december 2001. Verzoeker heeft op grond van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht een herzieningsverzoek ingediend, stellende dat er nieuwe feiten of omstandigheden zijn die tot een andere uitspraak zouden moeten leiden.

De Afdeling heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld en vastgesteld dat de aangevoerde gronden geen betrekking hebben op feiten of omstandigheden die bij de eerdere procedure in geschil waren. Tevens waren deze feiten niet nieuw in de zin van artikel 8:88 Awb Pro, omdat zij bij verzoeker bekend waren of redelijkerwijs bekend hadden kunnen zijn vóór de uitspraak.

Daarom concludeert de Afdeling dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor herziening en wijst het verzoek af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 12 maart 2003 door de voorzitter en leden van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de onherroepelijke bestuursrechtelijke uitspraak wordt afgewezen.

Uitspraak

200205416/1.
Datum uitspraak: 12 maart 2003
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzoek ex artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht van:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 18 september 2002, in zaak no. 200200289/1
1. Procesverloop
Bij uitspraak van 18 september 2002, in zaak no. 200200289/1, heeft de Afdeling de aangevallen uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Utrecht (hierna: de rechtbank) van 11 december 2001 bevestigd. Deze uitspraak is aangehecht.
Bij brief van 4 oktober 2002 heeft verzoeker de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. Deze brief is aangehecht.
Bij brief van 3 januari 2003 heeft de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: de Minister) een memorie van antwoord ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 februari 2003, waar verzoeker in persoon en de Minister, vertegenwoordigd door mr. R. Vrijman, ambtenaar ten departemente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de Afdeling op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Afdeling eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2.2. In het verzoekschrift heeft verzoeker vermeld waarom hij het niet eens is met de uitspraak. Daartoe voert hij gronden aan die geen betrekking hebben op hetgeen in de procedure die leidde tot de uitspraak van de Afdeling van 18 september 2002 in geschil was. Deze gronden zouden derhalve niet tot een andere uitspraak hebben kunnen leiden als ze eerder bij de Afdeling bekend waren geweest. Reeds hierom is de Afdeling van oordeel dat door verzoeker geen feiten of omstandigheden als bedoeld in voormelde bepaling zijn aangedragen.
2.3. Het verzoek dient te worden afgewezen.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, Voorzitter, en mr. W. van den Brink en mr. A.W.M. Bijloos, Leden, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, ambtenaar van Staat.
w.g. Vlasblom w.g. Zwemstra
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2003
91-402.